Wandelend door Haarlem met kinderen

Ooit geprobeerd met kinderen een stad te bezichtigen onder leiding van een gids? Voor de meeste ouders is het een schier onmogelijke opgave, die naast kromme tenen het schaamrood op de kaken oplevert omdat het kroost overal doorheen kwekt of demonstratief desinteresse toont.

Dat zal ze echter niet overkomen met een van de gidsen van het ‘Geheim van Holland’. Voor wie uitgekeken is op een kinderfilm en toch een poging wil wagen het grut los te weken van de computer, wordt wandelen door Haarlem, Delft, Dordrecht, Leiden, Schiedam en sinds kort ook Gouda aan de hand van deze boekjes kinderspel. Op de Universiteit van St. Edwards in Austin in de Amerikaanse staat Texas hebben ze hieraan nog een speciaal onderzoek onder internationale studenten gewijd.

‘Pas op, de muggen vallen aan’ is de titel die Bies van Ede aan zijn twee kinderstadswandelingen door Haarlem gaf. De Haarlemmers kregen die bijnaam omdat ze tevergeefs hadden geprobeerd in de zestiende eeuw de Spaanse reus in de 80-jarige oorlog wat steken toe te brengen.

De echte muggen zijn deze zaterdag loom geworden door het kwetsbare herfstzonnetje dat de hoofdstad van de provincie Noord-Holland beschijnt, maar op de Grote Markt bij de St. Bavo zoemt het geluid van de mensenmenigte die zich tussen de stalletjes door manoeuvreert.

Vanaf de bovenste verdieping van de voormalige V&D hadden we al genoten van het mooie uitzicht over de stad. Uitkijkend over de monumentale daken is het goed voor te stellen hoe ooit de eerste inwoners zich aan het Spaarne vestigden. Een mooie plek voor een huis, op hoge zandgrond door bossen en duinen gescheiden van de zee en in 800 na Christus gunstig gelegen aan een verbindingsweg tussen noord en zuid in Holland. Harulahem volgens de kleine maar interessante archeologische tentoonstelling onder de Vleeshal aan de Grote Markt. Het lijkt een beetje op Belgie, maar toch o zo anders.

Stadsrechten
Voor de graaf van Holland was dat huis zijn jachtslot, dat hij – eenmaal afgebrand – cadeau deed aan de burgers van Haarlem. Ze maakten er trots de Gravenzaal in hun raadhuis van, nadat Haarlem in 1245 als tweede stad van Nederland stadsrechten had gekregen.

Tussen de bloemenmannen, de visstalletjes en de kraampjes met prullaria kan het onze drie kinderen niet meteen boeien. Ook niet als ze eraan herinnerd worden dat de arme kinderen uit Zandvoort door hun ouders naar Haarlem werden gestuurd om hun manden met verse vis aan de man te brengen bij het Zandvoorter Veerhuisje en fietsend waan je je zo in Oudewater.

Pas als ze zich kunnen voorstellen dat de mensenmassa op de Grote Markt er in vroeger tijden niet alleen kwam voor de dagelijkse boodschappen, maar zich er ook vermaakte met terechtstellingen, wordt hun aandacht getrokken en denkt zelfs de 17-jarige dochter niet meer aan haar weersvoorspelling: ‘Je weet toch dat het gaat regenen?’

Gruwelijk maar ook boeiend, dat radbraken van mensen die niets meer op hun kerfstok hadden dan een mislukte inbraak. En dan het verhaal van de Haarlemse beul Evert Janse, die bijna door de toeschouwers werd vermoord omdat hij er niet in slaagde om een veroordeelde in één keer te onthoofden!

Maar echt gelachen wordt er pas bij het verhaal over St. Bavo dat geput is uit het boek ‘Baas spelen’ door Henk van Kerkwijk. Volgens deze schrijver werd Bavo de beschermheilige van Haarlem doordat het kippige meisje Maria in een wolk St. Bavo met zijn zwaard en valk meende te herkennen. Een waarneming die de woeste bende Kennemers en West-Friezen van hun voornemen afbracht om de stad aan het Spaarne eens goed te plunderen.

Zoonlief houdt zelfs de hand boven de ogen om tegen de zon in te kijken naar de rare gedrongen houten kerktoren met de halve, dus namaak, klokken erin. Gevolg van de wens van de Haarlemmers om een toren niet tegen de kerk maar op de kruisbasiliek te bouwen. Bij het eerste metselen bleek het gebouw een stenen constructie niet te kunnen dragen.

Er is wel meer nep aan Haarlem, blijkt al wandelend en lezend. Zo sterk als de Haarlemmers in hun uitspraak van de Nederlandse taal zijn (men zegt dat het hier accentloos wordt gesproken), zo sterk blijken ook hun verhalen. Na ons bezoek is er afgerekend met de uitvinder van de boekdrukkunst, de Haarlemmer Laurens Janszoon Coster (er is nooit bewijs van zijn kunnen gevonden noch weet iemand hoe hij eruit heeft gezien, zodat in 1856 Louis Royer maar besloot om zijn eigen gezicht voor het beeld op de Markt te gebruiken), de afkomst van de kogel in de gevel van het huis aan de Lepelstraat (de Haarlemmers vonden gewoon dat ze niet konden achterblijven bij Alkmaar en Dordrecht, die ook zo’n huis hadden) en met de heldinnenrol van Kenau Simonsdochter Hasselaer (hoezo dapper tegen de Spanjaarden? Ze stond als zakenvrouw tussen de Haarlemmers haar mannetje).

Bij het Spaarne aangekomen is de strijd wie welk stukje waar mag voorlezen inmiddels gestreden. De bezigheid heeft dorstig gemaakt. Niet zo’n probleem, want wandelend door de Lange Veerstraat hebben we allang gemerkt dat Haarlem niet alleen een stad van verhalen is, maar ook een van winkelen, heerlijk eten en drinken. Misschien is dat wel een reactie op het maandenlange beleg dat de stad onder de Spaanse overheersing kreeg te verduren. Voor drie roggebroden wilde de eigenaar van het pand aan het Spaarne daarom wel afstand doen van zijn bezit. Wie in de huidige malaise knel zit met zijn beleggingshypotheek, kan er nog hoop uit putten.

Drie paar oren tuitten bij de uitleg van uitdrukkingen als ‘een graantje meepikken’ en ‘aan de strijkstok blijven hangen’. Bij de Melkbrug over het Spaarne stonden vroeger de korenmeters die de lading van de binnenkomende schepen opnamen. Dat deden ze door middel van een ton met een ijzeren staaf in het midden. Op die staaf draaide een strijkstok rond. Oneerlijke ambtenaren smeerden die met was in, zodat er graan aan bleef hangen, vandaar.

We lopen terug via de Bakenessergracht en de Lange Begijnestraat. En warempel! Onze 14-jarige puber blijkt zich het vorige bezoek door het wijkje van alleenstaande vrouwen te kunnen herinneren. ‘En vooral wat zich nu achter de ramen van Haarlems rosse buurt afspeelt’, meldt hij gnuivend. Toch een sprankje hoop voor de ouder die probeert het kroost wat variatie in de vrijetijdsbesteding te leren. En dus durft te vragen: “En, vonden jullie het leuk?” “Mwaaaahhh, die wandeling niet zo, maar de rest wel”, aldus Lydia (10). Gewoon blijven volhouden dus. Al is het maar voor later.

De kindergidsen van het Geheim van Holland (een samenwerkingsverband van zes steden op toeristisch gebied) zijn ontsproten aan het brein van Elseliene Knuttel van uitgeverij De Inktvis in Dordrecht. Het succes is dermate groot, dat na Delft, Dordrecht (inmiddels in herdruk), Gouda, Haarlem, Leiden en Schiedam nog tien steden zich bij Elseliene Knuttel hebben aangemeld.

Elseliene: “Het criterium is dat de steden genoeg bezienswaardigheden bieden maar ook voldoende stof voor verhalen.” De boekjes werden tot nu toe geschreven door journalist Frits Baarda en kinderboekenschrijvers als Selma Noort, Vivian den Hollander en Bies van Ede. De verhalen, die gecombineerd worden met speurtochten, zijn gericht op de basisschoolleeftijd maar ook wat betreft de te lopen afstanden geldt hetzelfde als bij een ouderwets kinderspel: leuk voor 8 tot 88 jaar. De boekjes worden verkocht bij de plaatselijke VVV’s en in sommige boekwinkels.