Montpellier – een bezoek waard

Vrolijke feestdagen ofwel Joyeuses Fêtes gewenst vanuit Montpellier, die bijna altijd zonnige en dynamische Zuid-Franse prachtstad, waar ze op de Place de Comédie uiteraard een gigantische kerstboom hebben opgezet, maar waar ook duizenden kerstlampjes branden in torenhoge palmen die langs brede boulevards sierlijk wuiven.

Deze sfeervolle, jonge en energieke mediterrane metropool vol studenten heeft alles wat er bij een springlevende, internationale universiteitsstad hoort: een liberaal klimaat; de zorgeloze sfeer die zo bij de jeugd past; een bruisend uitgaansleven; avant-gardistische winkels; volop bikers, skaters, rollers en andere sporters; veel kunst en cultuur; nieuwe gezichtshoeken en vooral frisse ideeën. Jazeker, ook in de winter krijg je van Montpellier aan de Middellandse Zee veel warmte en inspiratie.

Neem lekker de tram, had Yolaine Mouaikel van Maison du Tourisme me tevoren gezegd. Dan zet je de auto gewoon buiten de stad op een bewaakt parkeerterrein: onze splinternieuwe tramway brengt je midden in de stad, waar je toch niet kunt autorijden, want het is er goeddeels voetgangersgebied. Was het maar zo eenvoudig!

Wie van spoorzoeken houdt, kan in Montpellier zijn lol op. Ik had al eerder van reizigers gehoord dat het met de richtingborden in de hoofdstad van de Languedoc zo’n grote droefenis is, maar dat het zó erg zou zijn.

“Het is inderdaad nogal slecht aangegeven”, gaf de werkstudent toe die ons na ruim een uur zoeken door de buitenwijken uiteindelijk vriendelijk begroette op een van de verscholen parkeerterreinen van de tramway, bij de halte Euromédecin. Hij houdt daar toezicht op de auto’s, verkoopt kaartjes voor de tram in de winter en zomers verkoopt hij kaartjes voor Artis in Amsterdam.

Op zichzelf een prima systeem: laat de auto rustig buiten het centrum en neem de sneltram de stad in. Vijf euros, uit en thuis voor alle inzittenden van de auto. Al kom je met de hele familie, je betaalt nooit meer dan vijf euro. Maar dan: moeten we met de tram nu richting Odysseum of richting Mosson? Wat is dát nu voor een internationale stad die graag toeristen ontvangt? Wie het weet, mag het zeggen.

Natuurlijk kijken de inwoners van Montpellier verbaasd op als je vraagt welke richting je moet hebben voor het centrum. Zo snappen ze ook niet dat de bewegwijzering rondom hun stad zo’n janboel is, want daar hebben zij nooit last van: zij kennen hun stad op hun duimpje. Maar voor wie staan die borden er dan? Al met al is wandelen door Montpellier toch wel wat anders dan struinen door Haarlem.

De ‘space tram’ zelf is fantastisch. Montpellianen spreken trouwens nooit over de Tram, maar hebben het over de TAM, de Transports de l’Agglomération de Montpellier. De laagdrempelige, blauwe rijtuigen van de zachtzoevende tramway hebben het interieur van een babykamer: lichtblauw en zachtgroen en binnen de kortste keren glij je over vrije trambanen door de glooiende stad naar de Place de Comédie, het snel kloppende hart van Montpellier.

Wie hier rustig op het terras gaat zitten van Grand Café Riche, gewoon een beetje kijken wat er allemaal langs flaneert, die komt al snel tot de conclusie dat Alain Delon gelijk had: in Montpellier wonen de mooiste vrouwen van Frankrijk. Misschien heeft het ook wel te maken met het weer, waardoor je alles en iedereen hier doorgaans van een zonnige kant ziet. Heel wat anders dan wintersporten in het Hoge Noorden van Europa.

De Place de Comédie ademt een Parijse sfeer en dat is niet zo verwonderlijk, want Parijse architecten ontwierpen de bebouwing, inclusief de majestueuze Opera. Tegenwoordig is het één groot wandelplein: ooit reden er auto’s om het eivormige plein heen. Dat heet daarom in de volksmond nog steeds Place de l’Oeuf . Van die oude situatie is alleen de fontein op z’n plaats gebleven: ‘Les Trois Graces’, eigenlijk een kopie, want het marmeren origineel staat in de schouwburg, waar het beeld uiteraard beter beschermd is tegen de invloeden van het weer.

Op de plek waar in 1884 naar een ontwerp van Cassien Bernard de huidige Opéra verrees, stonden eerder al twee theaters. Die brandden af, beide tijdens voorstellingen van Shakespeare. Vandaar dat in de nieuwe Opera nooit werk van deze grote Britse schrijver-dichter wordt opgevoerd, zo vertelde mij de charmante stadsgids Daniele Christol.

Ze weet alles van de geschiedenis en zit boordevol cijfers en jaartallen. Maar ik wil weten waar ze haar smaakvolle oorbellen heeft gekocht. Ik ben geen juwelenman, maar ik zie wel dat ze in hun unieke vorm en kleur prachtig combineren met haar oranje jasje. Het ritselt hier van de leuke, bijzondere winkels en Daniele kocht haar bellen in de rue Four des Flammes, vlak bij de oude kerk van Sint Rochus.

Montpellier is een beetje gefrustreerd dat het niet kan bogen op een oude Romeinse geschiedenis, zoals bijvoorbeeld Nîmes of Narbonne. Maar wat kan ons dat schelen? En dan: ook al verscheen de naam Montpellier voor het eerst in 985, er is volop te genieten voor wie van rijke historie houdt. Ik wandelde met Daniele het ronde gebouw van de Chambre de Commerce binnen, in de oude binnenstad.

Hier werden in de zeventiende eeuw anatomische lessen gegeven aan de medische studenten van Montpellier. De stad had al in de elfde eeuw een beroemde medische faculteit, waar studenten van alle nationaliteiten en godsdiensten terecht konden, wat resulteerde in veel uitwisseling van ideeën en technieken en dus grote vooruitgang. Nog steeds is Montpellier een van de grootste Europese centra van de medische wetenschap en behoort het academisch ziekenhuis, bijvoorbeeld op het gebied van de cardiologie, tot de absolute top.

In de oude joodse wijk neemt Yolaine me mee naar een badhuis met een natuurlijke bron van het zuiverste water, een mikve die hier in 1985 bij toeval werd ontdekt en prompt gerestaureerd. Je moet weten waar het is, anders vind je het nooit. Hier, in het stadsdeel Cartel Moton vlak bij de Place de la Canourgue, een van de romantische stadspleinen van Montpellier, heeft waarschijnlijk ook de synagoge gestaan. Hoe dan ook: dit is waarschijnlijk de oudste mikve ter wereld en wie er wil gaan kijken, kan de sleutel ophalen bij het toeristenbureau op de Place de Comédie. Zie ook dit (Engelstalige) artikel

Daar kunnen toeristen trouwens ook terecht voor de sleutel van de Arc de Triomphe, vlak bij de beroemde 400 jaar oude botanische tuinen die nog door Henri IV zijn gesticht en die beroemd zijn om hun uitgebreide collectie aan geneeskrachtige planten.

Het uitzicht vanaf de triomfboog, gebouwd in 1696, is verpletterend: je kijkt er pal op de watertoren met het beroemde aquaduct waarover het water van zeventien kilometer verderop werd aangevoerd en het ruiterbeeld van zonnekoning Lodewijk de XIV. En in de verte ligt niet alleen de Pic Saint Loup, maar bij helder weer kun je ook de azuurblauwe Middellandse Zee goed zien. Kijk wel goed uit, want als je langs de draaitrap weer bent afgedaald, sta je beneden te tollen: maar de deur komt meteen uit op de drukke Rue Foch waarop veel snelverkeer onder de boog door raast.

Ik heb wel eens gehoord dat Toulouse de meest ondergekliederde stad van Frankrijk is, maar ik ben bang dat Montpellier nu toch een geduchte concurrent is voor deze twijfelachtige toppositie. Wat is het toch jammer dat je tegenwoordig overal in binnensteden op de mooiste plekken de afschuwelijkste graffiti en ander stuitend gekladder aantreft. Deze spuitbusterreur van dwaze verveeljongeren en andere hangjeugd heeft de oude binnenstad van Montpellier volledig in z’n greep. Waar je ook kijkt, er is haast geen ontkomen aan: bijna elk huis, elke deur is voorzien van deze ziekelijke expressies op verfgebied. Het doet enorm afbreuk aan alles wat mooi is in deze stad.

Eten kun je werkelijk overal in Montpellier. En lekker, minstens zo lekker als in Turkije. Ik ging lunchen bij Monique Malric, die als zakenvrouw van het jaar onlangs op het Elysée in Parijs nog werd gehuldigd door Bernadette Chirac vanwege de talloze activiteiten die ze organiseert in haar bijzondere restaurant Le César aan de Place du Nombre d’Or, een heerlijk binnenplein midden in de nieuwe woonwijk Antigone. Monique maakt van elke dag een feestdag: ze organiseert literaire avonden, discussies, Spaanse dansfeesten en elke maand is er het vrouwencafé, waar actuele problemen worden besproken.

Ze heeft altijd veel vaste gasten. Met haar hond Brandy tevreden onder de tafel zette Monique mij een heerlijke seiche voor, zeekat zouden wij zeggen, een soort inktvis met een tongstrelende saus en we dronken er een koele chardonnay bij, een uitblinker van het Château de Crézan in Laurens, bij Faugères. Intens tevreden en voldaan wandelde ik door de barokke en neo-klassieke nieuwbouwbuurt Antigone, een inmiddels vermaard hoogstandje van de Catalaanse architect Ricardo Bofill.

Natuurlijk is er de blauwe tram, pardon: de TAM, maar eigenlijk is de hele binnenstad van Montpellier prima te belopen. Het gigantische shoppingcomplex Polygone, waar je uren kunt rondstruinen, verbindt de nieuwe stad met het oude centrum, waar de warme kleuren van de daken doen denken aan Toscane. “We zitten hier in de Languedoc tussen Spanje en Italië. De invloed van die landen is hier groot. Dat merk je aan zoveel dingen”, zegt Daniele. “Eigenlijk hebben we hier het beste van drie werelden.”

Als ik ‘s avonds nog een beetje door de stad dool, langs de kerk van Sainte Anne, die tegenwoordig expositieruimte is, hoor ik prachtige pianomuziek. In het oude conservatorium aan de overkant wordt nog volop gestudeerd. Pak een stoel, gebaart de conciërge als ik in de open hal sta te luisteren. Montpellier, je voelt ‘t meteen: hartelijk, gastvrij, barstensvol aanstekelijke energie en jeugdig talent. Een stad waar eindeloos muziek in zit.