Fietsen Langs de Hennep Route

Geen boer zal het tegenwoordig in zijn hoofd halen zijn land vol te zetten met hennepplanten. Voor je het weet wordt de boel gerooid, afgevoerd en vernietigd en beland je zelf wellicht in de cel.

Enkele honderden jaren geleden was dat anders. Met name rondom het Utrechtse dorp Oudewater stonden de landerijen vol met hennep. En geen veldwachter die ernaar kraaide. Maar het goedje werd dan ook niet gebruikt om een gezellig sfeertje mee te creƫren, maar om touw van te maken.

In het touwmuseum ‘De Baanschuur’ in Oudewater is de hele historie van het touw te beleven. Een bezoek aan het museum kan worden gecombineerd met een schitterende fietstocht langs oude hennep-akkertjes in Hoenkoop, langs de Vlist en in Polsbroek. Een ontdekkingstocht waar alles herinnert aan hennep.


“De hennepvezels werden gewonnen uit de bast van de hennepplant”, vertelt Netty Stoppelenburg die de fietsroute uitzette. ,,Vervolgens werden ze over het water naar Oudewater vervoerd waar er touw en garen van werd gemaakt. Naast touw voor schepen werd de hennep ook gebruikt voor brandslangen, zeildoek, garens en waslijnen.”

Geelbuiken

Ooit draaide het hele leven in Oudewater rond touw. De spinners, ook wel geelbuiken genoemd omdat hun buiken geel waren van de bundels hennep die zij voor het spinnen om hun middel wikkelden, liepen al spinnend achteruit over de lijnbanen – speciale straatjes die rond het centrum en bij de stadswallen te vinden waren. Lijndraaiers verwerkten de gesponnen draden vervolgens tot garen of touw.

Jeroen Harzing, woord-voerder van het touw-museum: “Door de vele waterwegen in en om Oudewater kon het gesponnen garen of touw zo eenvoudig per schip naar de havens van Rotterdam en Amsterdam worden gebracht waar het verder werd verwerkt tot kabels. Veel grote zeilschepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie voeren met touw en zeildoek uit Oudewater de wereld rond. Ook de Turkse kust werd aangedaan en per schip was ongeveer 25 kilometer touw nodig.”

Het Oudewaterse touwmuseum is ondergebracht in een voormalige opslagruimte aan de Reijersteeg. Honderden jaren lang werden hier hennep, garen, sleden en spintollen opgeslagen. In het museum zijn naast oude gereedschappen ook foto’s, video’s en zelfs een oude werkruimte te bekijken. “Ook voor kinderen is hier veel te zien”, meent Jeroen. “Dit seizoen beginnen we zelfs met een meerdaags touwproject voor basisscholieren.”

Rijksmonumenten

Het museum kan dienen als vertrekpunt voor de fietstocht, maar ook als rustpunt halverwege de route. Wie dan toch in Oudewater is, moet ook eens wandelen door het schitterende historische centrum met zijn vele rijksmonumenten, oude straatjes, gezellige winkeltjes, de beroemde heksenwaag, Oudhollandse eethuisjes en terrasjes. Het doet een beetje aan Haarlem denken.

Veel geveltjes in het stadje herinneren nog aan de touwperiode. Zo is aan de Lange Burchwal 61 een gevelsteen te zien waarop het spinnen van touw is afgebeeld. “Veel panden zijn versierd met pilasters in de vorm van touw tegen de punt van de gevel. Hiermee liet een touwverkoper zien dat hij een belangrijk en vermogend man was”, vertelt Jeroen.

De fietstocht door polders, historische stadjes en langs kronkelige riviertjes en vele hennep-akkertjes is ongeveer 22 kilometer lang. Veel akkertjes liggen voor en naast oude boerderijen langs de Hoenkoopsebuurtweg en langs het riviertje de Vlist. Het zijn vrij kleine, rechthoekig eilandjes tussen de sloten.

Tegenwoordig worden ze gebruikt als weitje voor een pony, een paar geiten of zijn ze in gebruik als boomgaard. Een van de boerderijen in Polsbroek is zelfs prachtig versierd met henneptegeltjes boven de ramen. Wie wat meer wil lezen over mijn lange autorit door Rusland kan dat hier doen.

Op een dijkje in Polsbroek, bij het kruispunt van watersystemen, ontmoeten wij Jan en Annemarie Prenger uit IJsselstein. Het stel zit hier in het prille voorjaarszonnetje met een krentenbol in de hand heerlijk uit te rusten op een steiger aan de waterkant. “Wij wonen hier niet eens zo ver vandaan, maar wisten niet dat het hier zo mooi is”, zegt Annemarie.

Het stel bindt regelmatig de fiets achter op de auto om een stukje te fietsen afgewisseld met een wandeling. Jan: “Vaak laten we de fietsen aan het begin van de wandeling achter, rijden met de auto naar het eind van de route. Parkeren daar de auto en lopen terug naar de fiets om vervolgens weer terug te fietsen naar de auto. Het klinkt ingewikkeld, maar het is echt fantastisch.”