Een “Cruisje”op de Rijn

Soms logeer ik een weekje of langer op een schip. Dat bevalt me uitstekend. Je reist en hoeft toch niet steeds je koffers in te pakken en bovendien legt de schipper altijd daar aan waar wat te beleven is en staan aan de oevers de plaatselijke gidsen paraat om je in een paar uur de leukste plekjes van de betreffende locatie te laten zien. Een meer ideale situatie is voor een reizende stukjesschrijver nauwelijks denkbaar lijkt me.

Daar komt bij dat de gastenkamers – die je uiteraard ‘hutten’ hoort te noemen – de laatste jaren aanzienlijk zijn verbeterd. Op mijn eerste Rijn-reisje moest ik het nog doen met een stapelbed, maar daar is allang geen sprake meer van en soms word ik zelfs bedeeld met een soort suite waarin je een voetbalelftal zou kunnen ontvangen.

En dan heb ik het niet over die ultraluxe cruiseschepen die in steeds grotere getale over de oceanen zwerven en waarop je tegenwoordig zelfs op je eigen balkon boven het water kunt zitten, en ik heb het ook niet over die kleine schuiten die bijvoorbeeld de Ijssel bevaren.

Nee, zover hoeft u helemaal niet te gaan. Op de Europese rivieren kunt u ook meer dan voldoende uit de voeten. En steeds langer ook, want het uitrekken, het verlengen van het seizoen, is ook in deze tak van toerisme gemeengoed geworden. Aan schepen die stilliggen heeft niemand wat en van maart tot de eerste weken van november draait de zaak op volle toeren.

Culinair

Onlangs was ik op Moezel en Rijn weer eens te gast op een van de vaartuigen van de Duitse rederij Deilmann, die naast eeuwige oceaanreuzen voor het grotere werk ook negen schepen op de ‘binnenvaart’ exploiteert en zelfs overweegt een boot in de haven van Oslo te laten varen.

Alles uitsluitend in de vier- en vijfsterrensfeer, want met minder hoef je tegenwoordig eigenlijk nergens meer aan te komen. En alles zag er zoals gewoonlijk weer perfect uit met de extra opmerking dat er op culinair gebied ook steeds betere prestaties worden geleverd, soms wel vergelijkbaar met wat er in de Meditarranese keuken (zoals bijvoorbeeld in Montpellier) wordt geserveerd.

Dat spreekt vooral de Amerikanen aan. Ze komen weer langzaam terug op de Europese (vakantie)velden, hebben geld genoeg, maar verlangen dan ook het beste.

Ik had er dagelijks een paar aan mijn tafel en ze zeiden deze manier van Europa zien, inclusief het prachtige Zuidoosten van Duitsland, verre te verkiezen boven een vermoeiende rondreis in een bus met steeds weer een ander hotel. Volgend jaar komen ze weer en dan vertrekken ze misschien uit Amsterdam, ook een van de mogelijkheden die de rederij tegenwoordig in petto heeft.

Je kunt onze hoofdstad trouwens ook als eindpunt nemen en er bestaat zelfs een cruise met start en finish achter het Centraal Station, al kom je dan niet veel verder dan Gent en Antwerpen. Je kunt aansluitend ook altijd nog een wandeltocht door Haarlem organiseren als je in Amsterdam eindigt

Maar ik betwijfel eigenlijk of het doel van het reizen op deze manier op zich zo belangrijk is. Veel meer moet je het zien als een plezierige onderneming die de ultieme ontspanning biedt.