Altijd feest in de haven van Oslo

Soms hoef je echt niet een hele stad door te wandelen om er veel plezier te beleven. Ik kwam aan in de oude haven van de Noorse hoofdstad Oslo en was daar niet meer weg te slaan.

Veel havengebieden – ik heb het al vaker gezegd – zijn gedoemd te verdwijnen. Dat zie je over heel de wereld. Kijk, met Rotterdam zal het nog wel een tijdje loslopen, maar op veel plaatsen elders is het vertrouwde rumoer verstomd.

Als er nog schepen aanmeren zijn ze binnen een dag geladen of gelost en alles gaat tegenwoordig zo snel en steriel dat steeds minder ruimte nodig is en kades en hijskranen zo vaak leeg en werkloos blijven dat je wel tot de conclusie moet komen dat je misschien iets nuttigers op de bedoelde plek dient te verzinnen.

Al snel wordt in die gevallen aan de vrijetijdsbesteder en de toerist gedacht, want dat ras is gek op water en als je er dan wat kermisachtige attracties, veel terrassen en een boottochtje aan toevoegt, zit je zo goed als op rozen.

Ik haal in dat verband altijd Kaapstad en Liverpool aan als grote voorbeelden, al groeit de lijst in snel tempo verder en kon ik u laatst zelfs berichten dat het aloude Maastricht het historische havenbekken ook weer een nieuw en passend gezicht heeft gegeven. Voor informatie over de Turkse kust klik hier; een interessant verhaal.

Mijn voorliefde voor dit soort ontwikkelingen kennende, werd ik er nadrukkelijk – zeer nadrukkelijk mag ik zelfs wel zeggen – op gewezen dat ik Oslo in geen geval over mocht slaan. Daar aan de Aker Brygge is in de loop der jaren een gezelligheidscentrum op nautische leest gerealiseerd dat door de plaatselijke VVV als een ‘must’ wordt beschouwd. Informatie over wintersport in het Hoge Noorden zie deze post.

Wie in de Noorse hoofdstad maar een paar uurtjes vrij heeft, moet erheen. Ik ben er jaren geleden ook wel geweest, gewoon omdat het komen en gaan van de schepen steeds blijft boeien en er in een zeemanskroeg altijd wel iemand was die een goed verhaal had te vertellen dat overigens slechts zelden voor publicatie geschikt was. Ook liep er weleens een scheepje van stapel en kon je het geluid van ratelende scheepshamers dus als zeer toepasselijk beschouwen.

Ook in de scheepsbouw kwam echter de klad en als een West-Europese reder nog eens een vaartuigje op stapel wil laten zetten, denkt hij in de eerste plaats aan een zogenaamd lagelonenland, iets dat je hem overigens moeilijk kwalijk kan nemen. Toch heeft Noorwegen op dit gebied laatst nog een immense krachttoer verricht door het grootste cruiseschip ter wereld af te leveren.

De euforie daarover verstomde echter al zo ongeveer bij de tewaterlating, want de aflevering geschiedde veel te laat en in dat geval weten de kleine lettertjes in de contracten je razendsnel te vinden. De reisorganisaties die hun klanten hadden beloofd dat ze zich al maanden eerder hadden kunnen inschepen hebben op dit gebied ook het een en ander geleerd en weten de schade eveneens te verhalen.

De betreffende scheepswerf zal zich nog wel een paar keer bedenken voor ze weer zo’n klusje aanneemt. Als ze ooit nog werk kunnen aannemen tenminste, want het faillissement wenkt.

Cruiseschip

Bij Aker Brygge in Oslo hebben ze die zorg echter allerminst. Het is een en al feestmuziek dat er klinkt en er zijn nog boten zat. Alleen, de meeste varen niet meer en dienen als partijgelegenheden, muziekplatforms en restaurants. De vuren branden dus nog wel al is het nu onder de fornuizen en niet meer onder de stoomketels.

De meeste terrassen op de kade vallen ook onder hun jurisdictie, zodat je bestelling op de vaste wal wordt opgenomen, waarna de ober eerst weer de loopplank op en af moet voor hij tot serveren over kan gaan. Een wat ingewikkelde en langdurige pas de deux die vaak moet worden herhaald, want door de financiƫle realiteit gedwongen kunnen de Noren het zich in hun horecagelegenheden niet permitteren wat achteloos forse rondjes te bestellen. Niet zelden is de terrasbediende dan ook slechts voor een glas onderweg, een eenzaam avontuur dat weinig dorstig maakt, al geldt dat niet voor hemzelf.

Gelegenheden met volledige vergunning staan er natuurlijk ook aan de andere kant van de geheel van hout aangelegde boulevard. Dit is de yuppi-zijde van het geheel. Boven de bars en restaurants bevinden zich namelijk de meest gewilde flats voor jong, energiek en rijk Oslo. Net als Noorse honden worden ingezet in Nederland voor yuppie lol.

Het heeft storm gelopen toen ze in de aanbieding kwamen en je kon er voor vragen wat je wilde. Helemaal boven zijn wat penthouses. Voor de upper-yups zal ik maar zeggen. De prijzen daarvan gaan het menselijk verstand naar ik hoor een beetje te boven. Dat gebeurt bij mensen van mijn generatie trouwens steeds vaker.

Champagne

Ook als je geen cent te makken hebt, is het toegestaan Aker Brygge te betreden en veel gewone burgers doen het. Ze hebben broodjes en een flesje prik van huis meegenomen en ze zitten even onschendbaar aan de waterkant als de schippers van de superjachten die drie meter verderop minzaam, maar zeer duidelijk in beeld aan de champagne of iets anders duurs nippen. Dat moet je juist in de haven doen, want als je gezien wilt worden heb je op zee niets te zoeken, dan lees dit maar eens over de Turkse Riviera.

Kinderspeelplaatsen zijn er ook langs de boulevard. De jeugd is aan een stuk door bezig in het kraaiennest te klimmen en als het tot een valpartij komt, gaat het er niet hard aan toe. De ondergrond is golvend, blauw en zacht als de zee. Om het allemaal nog nautischer te maken tref je halve vuurtorens, windwijzers, ankers, grote scheepsschroeven en ander spul, alsmede het in alle havens vertrouwde beeld van de vissersvrouw die over het water tuurt om te zien of haar man ooit nog eens zal terugkeren.

Nee natuurlijk, al zou ik u een paar voorbeelden kunnen geven van lieden die weg zijn gebleven zonder te verdrinken. Ze vonden het aan vreemde kuste aanzienlijk aangenamer en sloegen daar hun tenten op. En de vrouwen maar wachten. Nou ja, in het gips of brons dan.

Buiten het enkele jacht wordt er bij Aker Brygge nog wel degelijk gevaren. Met de pont die nu eenmaal altijd naar de overkant moet en dus eigenlijk geen enkel doel heeft. Ik zie hem net aankomen en meen dat het hier de ‘Groningen’ betreft. Dichterbij gekomen is het de ‘Dronningen’. Bijna goed. Het valt mij in dat een pont eigenlijk onzijdig is. Gelijk aan de voor- en achterkant. Andere schepen zijn zonder uitzondering vrouwelijk.

Een – naar ik meen – Amerikaanse taalzuiveraar heeft gesteld dat de liefhebbers van het ruime sop maar eens moeten ophouden met die romantische onzin. Volgens de letter van zijn taalwet is een schip of boot mannelijk. Dus niet met ‘haar’ passagiers maar met ‘zijn’ passagiers. Waar haalt hij het lef vandaan. Voor ik er definitief een punt achter zet, zal ik persoonlijk met deze schennispleger afrekenen.

Aan de Aker Brygge heb ik daar, gezien de uiterst genoeglijke entourage nog even geen tijd voor.