7000 km avontuur!

In 2015 pakte mij  buurman Guido met zijn vrouw Olga voor de zomervakantie gewoon weer eens de auto. Alleen het reisdoel was bijzonder. Gekscherend klonk: “We gaan onze hond Ruby op het Rode Plein in Moskou uitlaten!” Het werd een ‘ware ontdekkingsreis’ van ruim 7000 kilometer door een voor toeristen totaal onbekend deel van Europa.

Zij werden verrast door pure natuur in gebieden waar prachtige rivieren traag door oneindig landschap gaan. Schitterende kloosters en kerken waren daarbij ‘de kersen op de pudding’. Met een klein tentje werd het ‘wild kamperen’ één van de grote attracties van hun avontuurlijke reis.

Per auto naar Moskou en terug via Kiev is puur avontuur. Niemand kon ons vertellen wat je daarbij te wachten staat. Er klonken slechts angstwekkende vermoedens en maffiaverhalen. Daarom lieten we uit voorzorg de digitale camera en laptop thuis. Ouderwetse filmrolletjes moesten de reis registreren.

Onze garage adviseerde bovendien onze acht jaar oude Saab 9000 met lpg-tank nog slechts 2000 euro waard, voor de reis te gebruiken. Die kon dus ook eventueel zonder veel pijn ter plekke worden achtergelaten.

Voor we het wisten, zaten we door de snelle Duitse Autobahn de eerste dag al ver voorbij Berlijn, bij het Poolse Poznan. De tweede avond stond ons tentje frank en vrij tussen de karpervijvers van een agrotoerismeboertje in het Poolse merengebied Mazurie.

We hadden de haringen koud in de grond of hij reed al met zijn zoon in een snel voorgespannen paard en wagentje bij onze tent voor. Zij verrasten ons met een temperamentvolle rit ‘in hun rijtuigie’ door omliggende wouden en velden. Het was een vliegende start van onze zwerftocht door een nieuwe wereld vol verrassingen.

Bij avontuur hoort weinig routeplanning. Die bestond uit drie namen: Riga als hoofdstad van Letland, Moskou en Kiev en voor de rest moest de praktijk maar de weg wijzen. Polen, Litouwen, Letland als relatief nieuwe EU-landen vormen als aanlooproute geen enkel obstakel meer. Het grote werk begon pas bij de onbekende duizendkilometerwegen door Rusland en Oekraïne die nog voor ons lagen, alles richting het oosten, richting Turkije als het ware.

Vergeet de koddige vijf uur die we moesten wachten om vanuit Letland Rusland in te komen. De rij Letse beroepssmokkelaars, die met twee ritten per dag tweemaal een volle tank goedkope benzine en de maximaal toegelaten hoeveelheid sigaretten en wodka van over de grens haalden, verstopte de douanedoorgang. Boos kun je niet op ze worden, want het bleken de beste informanten te zijn van waar je over de grens het betrouwbaarste merk benzine en de lekkerste kop koffie kon krijgen en hoe je geld kon wisselen.

Bij de grenspost moesten we voor Rusland, ongeacht onze eigen verzekeringen, de auto onder Russische voorwaarden opnieuw verzekeren. Maar de afhandeling was er correct en vriendelijk. We werden heel precies in een computersysteem geregistreerd, maar dat er in de auto een jachthond, onze Ruby, aan onze voeten lag, werd zelfs niet opgemerkt. Maar goed dat we een auto hadden. Fietsen, zoals in Nederland, had hier echt niet gekund.

Op het enorme traject dat daarna voor ons lag, zijn we nooit één personenauto met een buitenlands nummerbord tegengekomen. Als toerist hadden we dat onmetelijke land voor ons alleen. Voor vertrek was vooral de onbekende kwaliteit van de wegen een punt van zorg. Vanaf de Letse grens reden we rechttoe rechtaan over een duizend kilometer lange tweebaansweg naar Moskou.

Het gehavende asfalt vertoonde veel scheurtjes en oneffenheden als gevolg van waarschijnlijk extreme winterkou. Maar we zagen geen Russische beren op de weg. Wel waren er een paar lokale bonthandeltjes aan de kant van de weg, waarbij vanuit een roestig vrachtwagentje naast zojuist gerookte vis en potten honing onder meer compleet opgezette beren, vossen en wolven ‘met officiële papieren’ te koop werden aangeboden.

Toen we, na enkele overnachtingen in redelijk acceptabele motels langs de weg, uiteindelijk toch Moskou naderden, werden we al snel in de overdonderende verkeersstromen van de hoofdstad opgenomen. We lieten ons wat hulpeloos naar het centrum meesleuren en schrokken ons een hoedje van een luid getoeter vlak naast ons. “Wat doen we in hemelsnaam fout dat ze zo’n lawaai maken?!”

Het blijken twee Russen in een Saab cabriolet te zijn die dolenthousiast zwaaien, omdat we in hun hier zeer zeldzame merkgenoot uit het verre Holland rijden. Ondanks de verhalen over de corrupte politie die je zou aanhouden en leegplukken, zijn we op onze lange reis niet één keer door een agent aangehouden.

Na een simpel vraagje mochten we zelfs met onze auto, ‘omdat we helemaal uit Holland waren komen rijden’ even voor de foto op het Rode Plein, hartje Moskou, stilstaan. We waagden het zelfs onze hond voor de kiek op wacht te zetten bij het ‘heilige’ Mausoleum waarin Lenin nog steeds ligt opgebaard. Vanaf dit gebouw, waar vroeger schrille waarschuwingsfluitjes klonken als je er zelfs maar naar wees, namen dictator Stalin en andere sovjethotemetoten hun parades af. Nu werden we zelfs door de erewachten in ganzenpas ongemoeid gelaten.

Ik moet het toegeven, mijn vrouw spreekt vloeiend Russisch, dat scheelt een slok op een wodka. Zonder kennis van het Russisch kun je geen woord lezen noch verstaan en beweeg je je in een soort niemandsland. Zo dacht ik herhaaldelijk dat we bij het de weg vragen met heel onprettige mensen van doen hadden. Onveranderlijk zei mijn vrouw na afloop juist: “Oh nee, het waren zulke aardige mensen!!”